journal - 28 april 2020

Wonen aan De Rotte

Je woont net ver genoeg van Rotterdam om je afgezonderd te voelen. En net dichtbij genoeg om je verbonden te voelen met de stedelijke wildernis. Zeker wanneer dagjesmensen per boot, op de fiets of te voet langstrekken, is de stad voor even aangenaam dichtbij. Maar aan het einde van de dag moeten zij terug en mag jij blijven. Je woont aan de Rotte. Je bent vrij.

Hoe de Rotte vanaf het polderland boven Rotterdam zuidwaarts meandert doet denken aan een gedicht van Hendrik Marsman, Denkend aan Holland. Zo bedaard als Marsman de stromen ‘door oneindig laagland’ beschrijft, zo kalm glijdt deze oude veenrivier voort. Na 18 kilometer komt hij tot een abrupt einde, middenin de stad die zijn machtige naam draagt – de Maas mag dan wel geëerd worden als de stroom die 010 karakter geeft, de Rotte gaf Rotterdam zijn ziel.

Stel je eens voor dat je dagelijks ooggetuige mag zijn van het perpetuum mobile der seizoenen. Je vergaapt je aan kleine, zinnenprikkelende scènes. Het kraken van riet, klotsend water. In de verte gakkende nijlganzen. Dan ineens de onheilspellende cadans van roeiers, als zwoegende slaven op een galei. Ruisend groen. Een gaai die al voedsel zoekend de naderende winter aankondigt, vervolmaakt de dag. Je begeleidende borrelhap smaakte al lekker, maar bij zulke taferelen werkelijk exquis.

Het leven aan de dijk bevat zoveel geluk dat het bijna ongemakkelijk wordt. Je zwaarste last is wel het repeterende, hemeltergende dilemma tussen de beschutte oase van je tuin, bekeken worden op je steiger of flaneren met je sloep. Thuisblijven is geen optie; hoe mooi het interieur van je huis ook is gedecoreerd, het is niet opgewassen tegen de organische versierselen daarbuiten. Lastig, lastig.

Het leven aan de dijk bevat zoveel geluk dat het bijna ongemakkelijk wordt. Je zwaarste last is wel het repeterende, hemeltergende dilemma tussen de beschutte oase van je tuin, bekeken worden op je steiger of flaneren met je sloep.

Gelukkig sta je er niet alleen voor. Er is één macht die je boven je moet dulden en dat is moeder natuur. Word je haar trouwe adjudant, dan komen de antwoorden vanzelf. Marsman eindigde zijn gedicht met ‘de stem van het water’ die wordt ‘gevreesd en gehoord’. En zo is het. Niet jij, maar de elementen zijn hier de eindbaas – subtiel ingefluisterd door de machtige stem van koning Rotte.

Lees meer journals

Gerelateerd aanbod

Bekijk ons volledige aanbod
010 422 3000 Terug naar boven